Stormschade en klimaatverandering: wat staat Nederland te wachten

Stormschade en klimaatverandering: wat staat Nederland te wachten

De drielingstormen Dudley, Eunice en Franklin hebben in februari naar verwachting voor een record hoogte aan schadelast veroorzaakt, Eunice staat in de top 3 zwaarste stormen van de afgelopen 50 jaar. De schattingen gaan uit van een schadelast nabij de half miljard euro. Ongelofelijk veel in Nederlandse begrippen. In de media wordt klimaatverandering veelal genoemd als oorzaak van deze stormen. De vraag is echter of dat wel zo is. Dat het klimaat gaat veranderen kan uit talloze onderzoeken wel geconcludeerd worden, wat de invloed daarvan zal zijn op de balansen van verzekeraars is echter een stuk moeilijker te voorspellen.

Tot op heden zijn er weinig onderzoeken gepubliceerd die het effect van klimaatverandering op de toekomstige schadelast inzichtelijk maken, ondanks dat een veranderend klimaat enorm veel risico’s met zich mee kan brengen en de gevolgen groot kunnen zijn. De voorspellingen die er wel zijn geven aan dat klimaatverandering zal zorgen voor een stijgende schadelast in Europa. Er wordt gesproken over honderden miljarden per jaar. Zo wordt er door het Europese Joint Research Centre verwacht dat de totale kosten van een veranderend klimaat kunnen stijgen naar 1.4% van het totale BBP in Europa[1] (momenteel ongeveer 0.1%). Wat zullen Nederlandse schadeverzekeraars hier echter van gaan merken? Triple A heeft onderzocht of Nederlandse verzekeraars zich zorgen moeten maken.

Solvency II

Kapitaalbuffers voor windstormen worden onder de huidige regelgeving expliciet meegenomen in de non-life catastroferisico module van de Solvency II Standaardformule. Dit gebeurt door verzekerde bedragen in de zogenaamde CRESTA (Catastrophe Risk Evaluation and Standardizing Target Accumulations) gebieden te vermenigvuldigen met een voorgeschreven risicoweging. EIOPA betoogt echter dat deze werkwijze mogelijk niet bestendig is tegen klimaatverandering en oppert diverse manieren om de huidige methodieken uit te breiden. Daarbij wordt de kanttekening geplaatst dat de impact van klimaatverandering op windstormen sterk kan verschillen per land.

Nederland

Data van het Verbond van Verzekeraars en De Nederlandsche Bank laten zien dat stormschades jaarlijks goed zijn voor ongeveer de helft van de totale weersgerelateerde schadelast, wat op zijn beurt weer goed is voor ongeveer 8% van de totale uitkeringen van schadeverzekeraars.  Er is echter weinig tot geen (openbaar) onderzoek beschikbaar over dit onderwerp voor Nederland.  Zullen de kosten in de toekomst hoger worden? Moeten verzekeraars een opslag opnemen in premies, rekening houdend met een toename van het aantal windstormen? Triple A heeft, gebruikmakend van de door EIOPA voorgestelde methodologie, gekeken naar de potentiële toekomstige risico’s van veranderd weer met betrekking tot windstormen in Nederland.

Onderzoeksmethoden

Voor het onderzoek is Nederland opgedeeld in oppervlakten van 25 vierkante kilometer, wat resulteert in totaal 216 gebieden. Dit komt niet overeen met de Solvency II CRESTA zones, maar dit is het laagste niveau waarop gangbare klimaatmodellen projecties doen. Vervolgens zijn de projecties van de windsnelheid van negen verschillende klimaatmodellen gebruikt voor het onderzoek. De klimaatmodellen stammen voort uit het Coupled Model Intercomparison Project (CMIP) welke ook zijn gebruikt door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) in het vijfde Assessment Report. Deze modellen zijn een marktstandaard in de analyse van klimaatverandering. Ieder model bevat per dag de maximale windsnelheden in de jaren 1970 tot en met 2100 voor elk individueel blokje in Nederland. Uit de literatuur blijkt dat schades door stormen over het algemeen ontstaan door windsnelheden boven het 98e percentiel windsnelheden tijdens de winter. Om een inschatting te maken van de ontwikkeling van de schadelast door windstormen is voor elk van de projecties daarom onderscheid gemaakt naar:

 Windkracht: Een (significante) stijging van het 98e percentiel is een indicatie dat toekomstige stormen heviger van aard zullen zijn. Door het 98e percentiel van de windsnelheid te nemen als maatstaf voor een storm, in plaats van een vaste windsnelheid, wordt ruchtbaarheid gegeven aan het feit dat een stijging in windsnelheden historisch gezien gepaard gaat met windbestendigere gebouwen.

 Het aantal stormen: Een Peaks over Threshold methode is toegepast om het aantal stormen boven het 98e en 99.5e percentiel te modelleren. Hieruit moet blijken of er meer stormen verwacht kunnen worden in de toekomst. Om rekening te houden met stormen die meerdere dagen voortduren en dubbeltelling te voorkomen, zijn de projecties gedeclusterd.

Schadelast: Conform de methode die EIOPA aanhoudt in de door hun gepubliceerde methodologische paper in 2021, is de schadelast voor alle gebieden in Nederland gerelateerd

aan de som van de derde macht van de ratio van de windsnelheid boven het 98e percentiel vermenigvuldigd met de bevolkingsdichtheid[2]. Hier kan de macht worden verklaard doordat de winsnelheid vanuit natuurkundig perspectief een kubieke verhouding heeft met de kinetische energie die het produceert.

Om rekening te houden met verschillende klimaatscenario’s is er gebruik gemaakt van de scenario’s gedefinieerd door het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change). Het IPCC definieert de volgende scenario’s: RCP2.6, RCP4.5, RCP6 en RCP8.5. In elk van deze scenario’s wordt uitgegaan van een bepaald niveau van stralingsforcering – het netto effect van opname en afstoot van warmte van de aarde – wat tegenwoordig grotendeels wordt gedreven door de hoeveelheid broeikasgassen.

  • Scenario RCP2.6 is het gunstigst en gaat uit van een concentratie broeikasgassen dat leidt tot een verwachtte opwarming van de aarde met circa 1 graden Celsius. Om dit scenario te halen dienen er abitieuzere klimaatplannen te komen.
  • Scenario RCP4.5 is het meest aannemelijke scenario voor de toekomst gegeven dat de afgesproken klimaatdoelen gehaald worden. In dit scenario zal de opwarming van de aarde onder de 2 graden Celsius blijven.
  • Scenario RCP6 gaat er van uit dat de uitstoot van broeikasgassen minimaal afneemt. Als dit het geval is, dan wordt er verwacht dat de aarde met 2.2 graden Celsius zal opwarmen.
  • Scenario RCP8.5 is het meest pessimistische scenario en wordt beschouwd als onrealistisch. Het scenario gaat uit van een verdubbeling van de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer. Dit zal er voor zorgen dat een globale opwarming van ongeveer 4 graden Celsius verwacht kan worden.

De scenario’s RCP4.5 en RCP8.5 zijn gekozen voor het onderzoek. RCP4.5 omdat dit het meest aannemelijke scenario is omtrent verwachte broeikasgasconcentraties in de atmosfeer gedurende het jaar 2100. RCP8.5 daarentegen wordt gezien als een niet reëel scenario maar geeft een beeld van het ‘worst-case’ scenario.

 Resultaten

In zowel RCP4.5 als RCP8.5 worden er geen significante verschillen verwacht in de komende dertig jaar (2020-2050). Windsnelheden boven het 98e percentiel worden verwacht hetzelfde te blijven, het aantal stormen tijdens de winter en zomer zullen gelijk blijven en verwachte jaarlijkse stormlasten blijven nagenoeg ook gelijk. Aan het eind van deze eeuw zien we nog steeds geen verandering in scenario RCP4.5. De resultaten voor RCP4.5 zijn hieronder afgebeeld. Een kleine significante verandering wordt er echter wel in scenario RCP8.5 verwacht. De verwachtingen zijn dat windsnelheden in het 98e percentiel licht zullen stijgen langs de kust van Nederland en in Limburg. Hierdoor zal de gemiddelde jaarlijkse schadelast door windstormen naar verwachting met 11.70% toenemen. Echter moet vermeld worden dat dit enkel wordt veroorzaakt door ietwat sterkere stormen aan de kust van Nederland, maar dat het aantal stormen naar verwachting niet significant zal toenemen. De toename dient daarom genuanceerd worden.

Conclusie

Zelfs in het meest extreme (onrealistische) klimaatscenario worden er geen substantiële verschillen verwacht in de intensiteit van stormen, in het jaarlijks aantal stormen of in de resulterende schadelast tijdens de komende 80 jaar (2020-2098). Hieruit kan op basis van de beoogde methode die EIOPA voorschrijft, de gemaakte aannames en de gebruikte klimaatmodellen geconcludeerd worden dat schadeverzekeraars in Nederland zich vooralsnog geen zorgen hoeven te maken over de risico’s van toenemende stormschades door een veranderend klimaat.  Mocht u meer te weten willen komen over dit onderzoek of over de consequenties van klimaatverandering voor uw organisatie dan kunt u altijd contact opnemen met Triple A Risk Finance.

[1] JRC Publications Repository – Climate change impacts and adaptation in Europe (europa.eu)

[2] Methodological paper on potential inclusion of climate change in the Nat Cat standard formula | Eiopa (europa.eu)

Wil je samenwerken met Triple A?

Spreken onze thema’s jou aan en is onze cultuur precies wat je zoekt? Kijk dan eens bij onze vacatures. Wij zijn altijd op zoek naar talent!

Neem contact met mij op

© 2022 AAA Riskfinance. Alle rechten voorbehouden.