Publicaties Van uniform toezicht naar maatwerk: de impact van proportionaliteit onder nieuwe Solvency II regelgeving voor verzekeraars

Van uniform toezicht naar maatwerk: de impact van proportionaliteit onder nieuwe Solvency II regelgeving voor verzekeraars

Met de aankomende wijzigingen in Solvency II [Link naar eerder artikel: https://www.aaa-riskfinance.nl/publicaties/solvency-ii-wijzigingen-definitief-dnb-uitvraag-naar-voorbereiding/] is de toezichtomgeving voor verzekeraars duidelijk in beweging. Waar voorheen vooral één overkoepelend kader gold, wordt nu explicieter onderscheid gemaakt tussen verschillende typen verzekeraars en speelt proportionaliteit een steeds belangrijkere rol. Hierover hebben we eerder aangegeven hoe proportionaliteit is ingericht in de nieuwe Solvency II opzet [Link naar eerder artikel: https://www.aaa-riskfinance.nl/publicaties/aandacht-voor-proportionaliteit-in-solvency-ii/] en heeft DNB recent een Q&A over Proportionaliteit opgesteld. [Link naar eerder website: Consultatie wijzigingen beleidsuitingen DNB Open Boek Toezicht als gevolg van de 2020 Herziening Solvency II. | De Nederlandsche Bank]

In het toezicht wordt door DNB al langer gewerkt vanuit een risicogebaseerde benadering: hoe complexer en risicovoller een verzekeraar is, hoe zwaarder de eisen en het toezicht.  De nieuwe Solvency II opzet geeft dit principe echter een meer concrete en gestructureerde invulling: er worden expliciete categorieën geïntroduceerd. Daaruit ontstaan op hoofdlijnen de volgende groepen:

  • Basic: kleine verzekeraars die kleiner zijn dan de (naar boven) bijgestelde ondergrens van Solvency II (€ 15 miljoen premievolume en enkele andere vereisten) of al onder het bestaande lichtere Basic regime van DNB vallen.
  • SNCU: kleine verzekeraars (‘small and non-complex undertakings’) onder Solvency II, maar vanwege omvang en risicoprofiel (kleiner dan € 100 miljoen premievolume en enkele andere vereisten) proportionaliteit in vereisten kennen.
  • Mogelijke proportionaliteit: middelgrote verzekeraars die groter zijn dan SNCU’s, maar vanwege omvang en risicoprofiel (<€ 2 miljard premievolume en enkele andere vereisten) aanvraag van deze proportionaliteit in vereisten mogen doen.
  • Geen proportionaliteit: grote verzekeraars die boven de genoemde grenzen vallen en op basis van hun omvang, complexiteit en risicoprofiel volledig aan alle Solvency II vereisten dienen te voldoen.

De mogelijke proportionaliteitsmaatregelen – voor SNCU’s en voor de categorie daarboven op aanvraag – onder Solvency II zijn als volgt:

  • Vermindering van de frequentie van rapportages en beleid:
    • RSR en SFCR naar eens per 5 dan wel 3 jaar.
    • ORSA naar eens per 2 jaar.
    • Herziening van beleid naar eens per 5 jaar.
  • Vrijstelling voor enkele Solvency II voorschriften:
    • Klimaatscenario’s en macroprudentiële analyse in de ORSA.
    • Liquiditeits risicomanagement plan.
    • Enkele QRT rapportages in de jaarlijkse en kwartaal QRT set.
  • Vereenvoudiging van berekeningen:
    • SCR berekening voor niet-materiële risico’s.
    • Solvency II waardering voor enkele balansposten.
  • Governance:
    • Combinatie van enkele sleutelfuncties en andere rollen (zoals bestuur).

Hiermee ontstaat meer maatwerk en naar onze verwachting komt een substantieel deel van de Nederlandse verzekeraars (met name schadeverzekeraars) in aanmerking voor proportionaliteit – wat benadrukt dat het geen nichecategorie is, maar een relevante groep binnen de sector. Onderstaand is weergegeven hoeveel verzekeraars er naar verwachting in elke categorie vallen (op basis van DNB data over vergunninghoudende entiteiten per jaareinde 2024).

Bovenstaand overzicht toont een kleine toename van het aantal Basic verzekeraars vanwege de toegenomen ondergrens van Solvency II en enkele tientallen SNCU’s. Dit betreft met name kleinere schadeverzekeraars. Bovendien zijn er vele tientallen middelgrote verzekeraars die aanvragen kunnen doen voor de verschillende maatregelen. Slechts een relatief klein aantal verzekeraars kent geen proportionaliteitsmaatregelen. Dit betreffen met name de verschillende entiteiten van de grote Nederlandse verzekerings-groepen zoals NN, a.s.r. en Achmea.

Deze verschuiving laat zien dat proportionaliteit niet langer een uitzondering is, maar een structureel onderdeel van het toezichtkader wordt. De nieuwe regels maken het mogelijk om eisen beter af te stemmen op het daadwerkelijke risicoprofiel van een verzekeraar. Dit geeft een gelaagder toezichtlandschap dat minder uniform is, maar juist beter aansluit bij de diversiteit in de sector.

Voor verzekeraars is het van belang om tijdig te bepalen waar zij vallen binnen dit landschap. De nieuwe indeling biedt kansen om de regeldruk te verlagen en processen efficiënter in te richten, maar vraagt ook om een zorgvuldige analyse van de criteria en de mogelijke toepassing van proportionaliteitsmaatregelen. Met de beoogde inwerkingtreding van de herzieningen begin 2027 is dit een actueel vraagstuk.

Neem contact met mij op

© 2026 AAA Riskfinance. Alle rechten voorbehouden.