Veel organisaties beschikken over een CISO (Chief Information Security Officer). Dat lijkt een logische invulling van de SMF, maar in de praktijk voldoet deze rol lang niet altijd aan de eisen die DORA stelt aan een onafhankelijke interne controlefunctie voor ICT-risico’s.
In de SBA-vragenlijst 2026 benoemt DNB expliciet de SMF als aparte functie. Daarbij wordt verwezen naar de vereisten uit DORA, met name artikel 6(4), waarin de onafhankelijkheid en effectiviteit van informatiebeveiliging nadrukkelijk worden versterkt. Dit roept een fundamentele vraag op: Waarom is de CISO-rol in veel organisaties nog niet in lijn gebracht met deze governance-eisen?
De toezichthouder is duidelijk: de effectiviteit van de SMF valt of staat met haar positie binnen de organisatie. Een goed ingerichte SMF bevat de volgende uitgangspunten:
Deze uitgangspunten hebben directe impact op het bestaande System of Governance en het Three Lines Model. De positionering van de CISO-functie komt daarmee nadrukkelijk ter discussie te staan.
Binnen de Nederlandse financiële sector (waaronder banken, verzekeraars en pensioenuitvoerders) dient de CISO gepositioneerd te zijn in de tweede lijn. Dit sluit aan bij het Three Lines Model en bij de verwachtingen van toezichthouders zoals DNB en EIOPA. In deze opzet fungeert de CISO als onafhankelijke ICT risicobeheerfunctie die toezicht houdt op de effectiviteit van maatregelen in de eerste lijn.
Tegelijkertijd zien we in de praktijk veel varianten waarbij (grote / delen van) de CISO-rol en verantwoordelijkheid in de eerste lijn zijn ondergebracht. Dat lijkt aantrekkelijk, maar kent duidelijke afwegingen.
Een CISO in de eerste lijn biedt duidelijke voordelen, namelijk:
Daar staat tegenover dat deze positionering risico’s introduceert:
Met name dat laatste punt is iets waar toezichthouders kritisch naar kijken en waar de inrichting op gespannen voet staat met DORA vereisten, die helder zijn over onafhankelijkheid.
Positionering in de tweede lijn sluit beter aan bij governance-eisen en toezichtverwachtingen. De voordelen zijn duidelijk:
Tegelijkertijd kent dit model ook beperkingen:
De effectiviteit van dit model valt of staat daarom met de samenwerking met de eerste lijn.
Steeds meer organisaties (veelal midden en kleinere financiële instellingen) kiezen voor een hybride inrichting, waarin onafhankelijkheid wordt gecombineerd met operationele slagkracht. In de praktijk zien we daarbij vaak de volgende invulling:
Deze inrichting stelt organisaties in staat om te voldoen aan toezichtverwachtingen, terwijl zij tegelijkertijd wendbaar en effectief blijven in de dagelijkse operatie.
De discussie over de SMF gaat uiteindelijk niet over functietitels, maar over volwassenheid van governance.
De echte uitdaging ligt echter dieper: kan uw organisatie aantonen dat de SMF daadwerkelijk onafhankelijk, effectief en invloedrijk is ingericht? Want onder DORA is dat geen interpretatie meer, maar een toetsbare realiteit.
Is uw nieuwsgierigheid naar aanleiding van dit artikel geprikkeld of bent u benieuwd wat onze brede NFR dienstverlening voor uw organisatie kan betekenen? Neem gerust contact met ons op; we delen graag onze ervaringen en voorbeelden uit de praktijk.
Dit artikel is opgesteld op persoonlijke titel en weerspiegelt uitsluitend de inzichten van de auteurs. Het vormt geen vaststelling van feiten en moet niet worden beschouwd als een definitieve of uitputtende bron.
Neemt u dan contact op met Xander Salari
© 2026 AAA Riskfinance. Alle rechten voorbehouden.